Over de PGO wordt vaak gepraat alsof de belangrijkste vraag is welke gegevens erin kunnen. Onderzoek van Stichting MedMij en GUPZ, gepubliceerd in juli, verlegt die vraag. Onder ruim 2.000 Nederlanders bleek dat gebruikers vooral zaken willen zien die direct bijdragen aan hun behandeling: testresultaten, bewegingsoefeningen, afspraken. Verslagen en evaluaties scoren lager. De vraag is dus niet zoveel mogelijk, maar zo bruikbaar mogelijk.
Een tweede onderzoek van MedMij en Medrie in Flevoland, Hardenberg en Zwolle laat iets structureels zien: gebruikers missen één plek waar alle digitale zorgtaken bij elkaar komen. Nu zijn ze verdeeld over apps en portalen. Vooral wie zorg krijgt van meerdere aanbieders raakt de weg kwijt. Door e-healthmodules via de PGO aan te bieden ontstaat één overzicht: welke taken lopen, wat is de status, wanneer moet het klaar zijn.
Beide onderzoeken sluiten aan bij de MedMij-roadmap voor 2026-2028. Die roadmap draait om drie pijlers: meer bruikbare gezondheidsinformatie, een sterker MedMij-netwerk en aansluiting op nationale en Europese ontwikkelingen. Een concrete stap is de Vertrouwde Authenticatiedienst, waarmee inwoners met één keer inloggen automatisch gegevens ophalen bij alle aangesloten zorgaanbieders. Ook ouders, mantelzorgers en andere vertegenwoordigers krijgen toegang tot gegevens waar zij recht op hebben.
Wat het onderzoek ook laat zien: privacyzorgen, ongemak over gegevensdeling en onbegrijpelijke medische informatie beperken het gebruik. De ontwerpopgave voor de komende jaren is dus geen technische exercitie in wat er kan. Het is een communicatieve exercitie in wat mensen echt nodig hebben en durven te vertrouwen. Zorgorganisaties die daarop willen aansluiten, doen er goed aan hun eigen digitale kanalen langs deze lat te leggen: bruikbaar, overzichtelijk, in begrijpelijke taal.