Als je bedrijf minder dan 1.000 medewerkers heeft en onder de €450 miljoen omzet zit, valt het waarschijnlijk buiten de directe reikwijdte van de CSRD. Feestje. En toch: vanaf 2027 wordt er in Europa één sustainability-standaard leidend voor de manier waarop je met grote klanten en banken zaken doet. De ‘Voluntary Standard’ (VS).
Tot juli 2025 was de VSME een aanbeveling. Handig als je supply-chainverzoeken wilde stroomlijnen, zonder juridische status. Op 3 juli 2026 nam de Europese Commissie de VSME aan als gedelegeerde handeling. Daarmee wordt het bindend Europees recht.
Belangrijker nog: er is een 'value chain cap' geïntroduceerd. Bedrijven die onder de CSRD vallen, mogen hun ketenpartners met minder dan 1.000 medewerkers niet méér vragen dan wat in de VSME staat. De mkb'er krijgt een wettelijk recht om alles daarbuiten te weigeren.
Reken uit wat er gebeurt. Grote bedrijven mógen niet meer vragen dan de VSME. Dus gaan ze precies dat vragen. Banken hebben een gestandaardiseerd datamodel nodig voor kredietbeoordeling. Dus vragen ze de VSME. Mkb'ers krijgen twintig verschillende ESG-questionnaires die in de kern hetzelfde meten. Die vervangen ze het liefst door één antwoord. Ook de VSME.
Als drie partijen hetzelfde formaat willen, is er geen keuze meer. De vrijwilligheid zit alleen aan de kant van de mkb'er. En die vrijwilligheid is beperkt: doe je niet mee, dan haal je die tender niet, en de bank kijkt scheef bij je volgende financieringsronde.
De standaard heeft twee lagen. De basismodule (B1 tot en met B11) bevat de meest gevraagde kerncijfers: Scope 1 en 2 broeikasgassen, energieverbruik, gegevens over de eigen workforce, anti-corruptie. Een uitgebreide module (C1 tot en met C9) bevat aanvullende informatie die typisch door banken en grote klanten wordt gevraagd.
Geen verplichte dubbele materialiteitsanalyse. Geen verplichte externe assurance. Bewust laagdrempelig gehouden.
De vraag is niet meer óf je gaat rapporteren. De vraag is wanneer je begint, en hoe goed je datahuishouding staat als je grote klant belt. Twee dingen die we in de praktijk zien:
Eenmalig goed inrichten is goedkoper dan tien keer improviseren. Elke ESG-questionnaire die je op ad-hoc-basis invult, kost tijd en levert inconsistente data op. Wie één schone databasis heeft, met bronvermelding, versiebeheer en interne governance, kan de VSME uit één systeem leveren. Naar elke klant, elke keer opnieuw, in dezelfde vorm.
Rapportage is bijproduct, sturing is de winst. Bedrijven die de VSME alleen zien als "iets voor onze grootste klant" laten de meeste waarde liggen. De kerncijfers uit de VSME zijn precies de indicatoren waarop je intern kunt sturen: energie, emissies, personeel, governance. Wie zijn eigen KPI's serieus neemt, heeft de rapportage vanzelf.
De VSME is nu al toepasbaar. Sommige bedrijven gebruiken het vandaag al voor interne rapportage, maar vanaf boekjaar 2027 kan het bij inkoopprocessen van grote bedrijven vereist worden. Die passen hun leverancierseisen naar verwachting aan in de tweede helft van 2026. Dat is jouw voorbereidingsraam.
Onze suggestie: gebruik de rest van dit jaar om je databasis op orde te krijgen. Wie in Q1 2027 door drie grote klanten wordt bevraagd, staat een stuk beter met een systeem dat data hergebruikt dan met een Excel die niemand meer kan reproduceren.