In de zorgsector is er geen gebrek aan data. Wat er wél ontbreekt, is een gedeelde taal. Elke uitvragende partij hanteert zijn eigen definities, zijn eigen format, zijn eigen timing. Het resultaat: zorginstellingen die dezelfde informatie keer op keer anders moeten aanleveren, in een Excel hier, een formulier daar, een portaal verderop. KIK-V probeert dat te doorbreken. In SureSync Insight praat host Maaike Berger met Joost Wildenberg en Margerethe Neijssel (KIK-V), en met Mathijs Koenen (SureSync), over wat het programma doet, wat het oplevert en waarom nu het moment is om te starten. Bekijk de podcast hieronder of lees verder.
Het klinkt bijna te simpel om waar te zijn: stel met alle ketenpartijen afspraken op over welke gegevens je uitwisselt, wat je daaronder verstaat en hoe je dat doet. Dan heeft de zorginstelling het maar één keer geregeld, en kunnen alle informatievragende partijen daar gebruik van maken. Dat is de kern van KIK-V.
Margerethe legt uit: "De zorgaanbieder stelt beschikbaar wat ze al in haar eigen operationele proces vastlegt. Alle informatievragende partijen gebruiken die gegevens voor hun uitvragen."
Dat klinkt logisch. De realiteit is complexer, want het vraagt dat partijen als de IGJ, NZA en de zorgkantoren onderling afstemmen over wat ze willen weten en hoe ze dat formuleren. Precies daar zit de meerwaarde van het afsprakenstelsel.
Zorginstellingen die met KIK-V aan de slag gaan, merken iets wat ze niet direct hadden verwacht: ze krijgen grip op hun eigen data. Want voordat je kunt uitwisselen, moet je weten wat je hebt. Welke definities hanteer je? Zitten die data écht in je systeem? Kloppen ze? Die inventarisatie an sich is al waardevol. Mathijs geeft een concreet voorbeeld: een zorginstelling die vier verschillende definities van ziekteverzuim hanteerde. KIK-V bood de kans om daarmee te stoppen en met één definitie verder te gaan. "Dat was een pittig gesprek," zegt Mathijs. "Maar inmiddels vraagt diezelfde zorginstelling of ze de KIK-V-definities ook in hun eigen dashboard kunnen doorvoeren."
Op langere termijn zit de winst in het hergebruik. Hoe meer partijen meedoen, hoe meer de data van elke zorginstelling op meerdere plekken nuttig is. Dat is het netwerkeffect.
Een veelgehoorde zorg: het klinkt groot. Een nieuw systeem, nieuwe definities, afstemming met de keten. Dat kost tijd die er niet is. Mathijs nuanceert: "De eerste stap is helemaal niet zo groot." Je kunt beginnen met alleen de personeelsgegevens, of alleen de financiële kant. Je kunt starten met het in kaart brengen van je eigen datalandschap, zonder direct een uitwisseling op te zetten. Bovendien is er ondersteuning vanuit het programma zelf. Infozorg en AAG begeleiden zorginstellingen bij de implementatie. En er zijn HLO-middelen beschikbaar die zorginstellingen kunnen gebruiken om interne capaciteit vrij te maken.
Een zorginstelling die tegelijk een nieuw elektronisch cliëntdossier (ECD) implementeerde, koos bewust om KIK-V mee te nemen in dat traject. Resultaat: de volledige validatie afgerond in twee weken.
Een van de meest besproken keuzes uit 2018 is de keuze voor federatief datadelen. Er is geen centrale opslag van brondata. De data blijft bij de zorginstelling; de vraag van een ketenpartij gaat op bezoek en krijgt een antwoord terug. Die keuze was toekomstgericht toen, en is het nog steeds. Alles wat nu op de agenda staat in het Gezondheidsinformatiestelsel, de Wegiz, de nationale visie en strategie: KIK-V past er goed in. Het ministerie van VWS heeft dat recent ook bevestigd in een brief aan zorginstellingen in de verpleegzorg.
Joost stelt het scherp: wie wacht op een verplichting, wacht ook af tot de randvoorwaarden voor KIK-V door iemand anders zijn ingevuld. Wie nu begint, bouwt zijn eigen grip op zijn data op en loopt vooruit op wetgeving die er toch komt. Het programma heeft inmiddels acht uitwisselprofielen, van zorgkantoren tot de IGJ. Er zijn meer in ontwikkeling. Hoe meer profielen, hoe groter de winst van meedoen.