In de discussie over databeschikbaarheid in de zorg gaat het vaak over landelijke kaders, wetgeving en afsprakenstelsels. Begrijpelijk, want die kaders zijn noodzakelijk. Maar ze zijn ook traag. En in de tussentijd staat de zorgpraktijk niet stil. In Twente hebben 27 zorgorganisaties, kennispartijen en bedrijven besloten dat niet af te wachten. Onder de naam "Versneld verbinden" bouwen zij samen aan een regionale data-infrastructuur: ZorgDataPunt. Het initiatief richt zich op slimmer informatie delen, digitale samenwerking en het anders organiseren van zorgprocessen, zonder te wachten tot landelijke kaders volledig zijn uitgewerkt.
Inmiddels zijn binnen de samenwerking meerdere toepassingen operationeel. Regionaal capaciteitsinzicht geeft zorgorganisaties een actueel beeld van beschikbare capaciteit in de regio. Een diagnostisch portaal maakt laboratoriumgegevens eenvoudiger deelbaar. Gekoppelde thuismonitoring ondersteunt patiënten op afstand. En een integraal patiëntoverzicht helpt zorgverleners snel toegang te krijgen tot relevante informatie, ook als die afkomstig is van een andere instelling.
Naast de directe zorgverlening is de infrastructuur ingericht voor secundair gebruik van gezondheidsgegevens. Denk aan onderzoek op populatieniveau, AI-ondersteunde voorspellingen en datagedreven zorgverbetering. Er lopen inmiddels regionale voorbeeldprojecten op het gebied van monitoring van ouderen na een operatie, begeleiding van patiënten met hartfalen en vernieuwing van zorgopleidingen gericht op datagedreven werken.
Het opvallendste aan ZorgDataPunt is niet de techniek, maar de houding. De betrokken partijen geven expliciet aan niet te willen wachten op volledig uitgewerkte landelijke kaders. Ze willen nu al praktijkervaring opdoen, ook als dat betekent dat er dingen moeten worden bijgesteld.
Dat is geen onverantwoord risico nemen. Het is een bewuste keuze om te leren in de praktijk, in plaats van te wachten tot het landelijk stelsel klaar is. En die praktijkervaring is hard nodig. Landelijke kaders worden sterker als ze gevoed worden door wat in de regio daadwerkelijk werkt.
VWS schept via wetgeving en nationale afspraken de juridische en organisatorische randvoorwaarden. De uitwerking, implementatie en praktijkervaring ontstaat in de regio's. Twente laat zien hoe die twee niveaus elkaar kunnen versterken: een regionaal initiatief dat niet los staat van het landelijke stelsel, maar er juist input aan levert.
De aanpak in Twente is geen blauwdruk die je simpelweg kunt kopiëren. Elke regio heeft andere samenwerkingspartners, andere systemen en andere vraagstukken. Maar de benadering is wel overdraagbaar.
Begin met de zorgvraag, niet met de techniek. Kies toepassingen die direct bijdragen aan betere zorg of minder administratielast. Bouw aan gedeeld eigenaarschap: als 27 partijen samen investeren in een infrastructuur, is de kans op daadwerkelijk gebruik een stuk groter dan wanneer een systeem van bovenaf wordt opgelegd. En wacht niet op perfecte kaders. Dat moment komt toch niet. De regio's die nu al bouwen, zijn degenen die straks het landelijke stelsel mede vormgeven.