De eerste rapportages onder de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) laten een duidelijke trend zien: duurzaamheidsverslaggeving wordt langer, kwantitatiever en sterker gestandaardiseerd. Waar ESG-rapportages voorheen vaak bestonden uit narratieven en ambities, verschuift de nadruk nu naar controleerbare data en vaste structuren. Wat betekent die verschuiving in de praktijk? En waar lopen organisaties tegenaan nu duurzaamheid steeds meer een datagedreven en controleerbaar domein wordt? Om dat te duiden, spreken we met Jesse Bruns (Expert Duurzaamheid bij SmartTrackers) en Sander ’t Hoen (Lead Taxonomy Development bij SureSync). Vanuit hun gecombineerde expertise (duurzaamheid, ESG-tooling en XBRL-taxonomieën) zien zij van dichtbij hoe organisaties zich aanpassen aan deze nieuwe realiteit.
Volgens Jesse Bruns is die verandering in de praktijk goed zichtbaar:
“Voorheen waren het vaak verhalen met mooie foto's en stakeholderinterviews. Met de ESRS zie je dat er echt kwantificeerbare datapunten gepresenteerd moeten worden.”
Die European Sustainability Reporting Standards (ESRS) vormen de kern van de CSRD en schrijven voor wat organisaties precies moeten rapporteren en hoe ze dat moeten doen.
Waar duurzaamheidsrapportage lange tijd vrijwillig en relatief vrij in vorm was, is dat onder de CSRD fundamenteel veranderd. Organisaties moeten nu niet alleen méér rapporteren, maar vooral ook consistenter en controleerbaar. Sander ’t Hoen benadrukt dat deze ontwikkeling verder gaat dan alleen regelgeving:
“Je ziet dat partijen niet alleen vanuit regelgeving verplicht worden, maar ook vanuit de keten. Als je met grote partijen werkt, verwachten zij dat jij je duurzaamheidsdata deelt.”
Dit betekent dat ook bedrijven die formeel (nog) niet onder de CSRD vallen, steeds vaker worden meegenomen in de rapportageketen, vaak onder de ‘vrijwillige’ VSME rapportagestandaard. Transparantie wordt daarmee niet alleen een wettelijke verplichting, maar ook een commerciële noodzaak.
Opvallend is dat de grootste uitdaging voor organisaties niet ligt in het rapporteren zelf, maar in het verzamelen en onderbouwen van de juiste data. Zoals Sander het treffend verwoordt: “Een getal opschrijven kan iedereen. Maar waar komt het getal vandaan? Dat is de uitdaging.”
Neem elektriciteitsverbruik als voorbeeld. Niet elke organisatie heeft een eigen meter per locatie of afdeling. In dat geval moet het totale verbruik van een gebouw worden verdeeld op basis van bijvoorbeeld vierkante meters of gebruik. Dat soort berekeningen introduceert aannames die vervolgens weer onderbouwd en gedocumenteerd moeten worden, zeker in het licht van audit en assurance. Met name binnen scope 3-emissies (waarbij organisaties ook hun waardeketen moeten analyseren) wordt dit complex. Bedrijven zijn afhankelijk van leveranciers, partners en externe databronnen, die niet altijd dezelfde mate van volwassenheid hebben.
De impact van CSRD beperkt zich niet tot sustainability teams. Integendeel: de rapportage raakt meerdere disciplines tegelijk. Jesse ziet daarin een duidelijke verschuiving: “Waar vroeger één KAM-manager verantwoordelijk was, zie je nu dat duurzaamheid organisatiebreed wordt. Finance, HR en inkoop zijn allemaal betrokken.”
Die ontwikkeling vraagt om centrale sturing en duidelijke governance. Zonder draagvlak vanuit het management wordt het lastig om de benodigde data consistent en tijdig te verzamelen.
Een van de meest besproken spanningsvelden binnen CSRD is de balans tussen standaardisatie en flexibiliteit. Enerzijds maakt standaardisatie benchmarking en vergelijkbaarheid mogelijk. Anderzijds beperkt het de ruimte voor eigen interpretatie.
Sander ziet vooral de voordelen: “Je spreekt dezelfde taal: technisch en semantisch. Dat maakt rapportages vergelijkbaar en betrouwbaarder.”
Die ‘zelfde taal’ wordt in de praktijk afgedwongen via de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) en onderliggende taxonomieën. Denk aan vaste definities voor CO₂-uitstoot, uniforme indelingen van datapunten en verplichte structuren voor digitale rapportage. Dit verkleint de interpretatieruimte en verhoogt de consistentie, iets wat in de wereld van financiële verslaglegging al langer de norm is. Toch betekent standaardisatie niet dat alle rapportages hetzelfde worden. De nuance zit in de keuzes die organisaties maken binnen die kaders. De dubbele materialiteitsanalyse geeft de ruimte om ESG-thema’s niet mee te nemen in de dataverzameling als deze thema’s niet relevant zijn, zowel vanuit impact op de maatschappij als vanuit financieel risico. Die selectie bepaalt uiteindelijk waar de focus ligt in de rapportage.
De rol van technologie wordt steeds belangrijker in het CSRD-landschap. Waar ESG-tools helpen bij het verzamelen en structureren van data, zorgen XBRL-taxonomieën voor standaardisatie en validatie. Sander legt uit: “Met XBRL-tooling kun je rapportages valideren en controleren of ze voldoen aan de taxonomie. Je krijgt direct feedback als iets ontbreekt of niet klopt.”
Volgens Jesse ligt juist in die combinatie de kracht: tooling helpt niet alleen bij compliance, maar ook bij het verbeteren van datakwaliteit en sturing geven op de belangrijkste KPI’s.
Een ander belangrijk aspect van CSRD is de verplichte assurance. Bedrijven moeten hun duurzaamheidsdata laten controleren hun accountants, een ontwikkeling die de lat voor datakwaliteit aanzienlijk verhoogt. Waar ESG-data voorheen vaak intern bleef of slechts beperkt werd gevalideerd, moet nu aantoonbaar zijn hoe cijfers tot stand komen. Dat betekent dat organisaties niet alleen de uitkomsten rapporteren, maar ook het volledige onderliggende proces moeten kunnen uitleggen en documenteren. Van databronnen en aannames tot berekeningsmethodieken en interne controles: alles moet herleidbaar zijn.
“Als er assurance op zit, kun je ervan uitgaan dat de datakwaliteit hoger is.” aldus Sander.
Tegelijkertijd bevindt de markt zich nog in een leerfase. Zowel bedrijven als accountants bouwen ervaring op, waardoor vaak sprake is van beperkte zekerheid (“limited assurance”).
De komende jaren zal duurzaamheidsrapportage zich snel verder ontwikkelen. Waar financiële verslaglegging decennia nodig had om te standaardiseren, gebeurt dat binnen sustainability in een fractie van de tijd.
Jesse hoopt op verdere harmonisatie: “Dat we over vijf jaar allemaal dezelfde taal spreken en dat databronnen beter op elkaar aansluiten.”
De richting is duidelijk: duurzaamheid verschuift definitief van een communicatiethema naar een datagedreven discipline, met structurele impact op hoe organisaties opereren, rapporteren en sturen.