SureSync Blog

Wat werkt écht bij duurzaamheid? Over normen, wetgeving en effectieve sturing

Geschreven door Leo Smit | 26 februari 2026

Collectieve belangen, zoals duurzaamheid, worden niet vanzelf behartigd. Traditioneel sturen we hierop via wet- en regelgeving en via normeringen, zoals de bekende ISO-standaarden ISO 50001 (energiemanagement) en ISO 14001 (milieumanagement). Maar hoe effectief is dat eigenlijk in verhouding tot de inspanning die het vraagt? En wat is uiteindelijk de meest effectieve manier om echte verandering te realiseren? Kort door de bocht zie je dat wettelijk afgedwongen maatregelen vaak het beste werken. Als je een schadelijke stof niet in het milieu wilt hebben, kun je die het beste verbieden en daarbinnen duidelijke afspraken maken met de industrie.

Wat de geschiedenis ons leert

Er zijn duidelijke succesverhalen. Denk aan het wereldwijd terugdringen van CFK’s ter bescherming van de ozonlaag of het tegengaan van zure regen. Zulke resultaten laten zien dat we als samenleving in staat zijn om schadelijke effecten daadwerkelijk te reduceren.

De mens is innovatief genoeg om betere alternatieven te ontwikkelen wanneer kaders helder zijn. Wie daar optimistisch over wil zijn, hoeft alleen maar te kijken naar wat er in de afgelopen veertig jaar is bereikt. Er is dus geen enkele reden om te denken dat we grote duurzaamheidsdoelen per definitie niet kunnen halen.

CO₂: complexer, maar niet onmogelijk

De uitstoot van CO₂ en andere broeikasgassen blijkt echter hardnekkiger. Die uitstoot is diep verweven in vrijwel alle economische processen en vraagt daardoor om brede betrokkenheid. Toch zijn ook hier successen zichtbaar. Neem de ontwikkeling van duurzame energie. In Nederland is inmiddels meer dan de helft van de elektriciteit afkomstig uit duurzame bronnen. Wereldwijd liggen de productiekosten van duurzame energie in veel gevallen al lager dan die van fossiele energie. Dat is een fundamenteel keerpunt, ook al zijn er nog aanzienlijke uitdagingen in de integratie binnen het energiesysteem.

Tegelijkertijd is in Nederland grofweg 80% van de totale energievoorziening nog fossiel gedreven, waarvan circa 45% uit aardgas bestaat. Dat we Russisch aardgas hebben ingeruild voor gas uit de Verenigde Staten maakt ons niet minder afhankelijk. Het terugdringen van fossiele brandstoffen is daarmee niet alleen een klimaatvraagstuk, maar ook een strategisch vraagstuk. Voor ondernemingen betekent dit dat energie- en klimaatbeleid onderdeel zou moeten zijn van risicomanagement.

Wat zijn effectieve stuurinstrumenten?

De kernvraag is: welke instrumenten zorgen ervoor dat organisaties daadwerkelijk op dit risico gaan sturen? Vanuit SmartTrackers – onderdeel van SureSync – werken we al vijftien jaar aan software die organisaties concreet gereedschap biedt voor klimaat- en energiereductieprogramma’s. Grote doelen bereik je namelijk alleen stapsgewijs, met continue reflectie op voortgang en effect. Daarbij kunnen we niet om de rol van de CO₂-Prestatieladder heen.

Zonder de CO₂-Prestatieladder was de toolset van SmartTrackers waarschijnlijk niet ontwikkeld. Elke norm heeft zijn mitsen en maren, maar er zijn weinig instrumenten die zo sterk gericht zijn op concrete resultaten. Dat de beheerorganisatie bovendien onderzoek laat doen naar de effectiviteit van het instrument, is prijzenswaardig. Dat zouden meer normeringen en keurmerken moeten doen.

Waarom de CO₂-Prestatieladder werkt

De kracht van de CO₂-Prestatieladder zit in de combinatie van beloning via aanbestedingen, de noodzaak tot concreet handelen en structurele feedback. Eigenlijk kennen we allemaal de psychologische basis voor verandering. Toch is het loslaten van de status quo moeilijk. Juist daarom is het knap dat deze normering gedragsprikkels slim heeft ingebouwd.

Het is niet overdreven om te stellen dat de ladder het denken over CO₂-impact in de bouwsector de afgelopen vijftien jaar wezenlijk heeft veranderd. Naast aantoonbare reductieresultaten is het instrument een belangrijke motor voor innovatie geworden – van materiaalhergebruik tot nieuwe bindmiddelen voor beton en duurzaam bouwen in bredere zin. Daarbij speelt ook de opdrachtgever een cruciale rol. Als je hetzelfde blijft vragen, mag je geen andere uitkomsten verwachten.

Welke sector volgt?

De vraag is dan: welke sector volgt? Als we kijken naar effectiviteit, ligt het voor de hand om sectoren te kiezen waar veel geld in omgaat. Geld is immers direct gekoppeld aan impact. Vanuit dat perspectief is het logisch om kritisch naar de zorgsector te kijken.

Dat is niet alleen een duurzaamheidsvraagstuk, maar ook een kans om kosten te beheersen. Sturen op kosten is complex wanneer middelen uit algemene financiering komen en thema’s zoals gezondheid terecht als fundamenteel worden beschouwd. Toch blijft het een systeem waarin risico’s, resultaten en investeringen tegen elkaar moeten worden afgewogen.

Duurzaamheid en effectiviteit in de zorg

Neem bijvoorbeeld medicijngebruik. Moet je dure medicijnen altijd weggooien, zelfs wanneer ze nog in originele verpakking zitten? Hoe vaak worden medicijnen onnodig voorgeschreven of gebruikt? Kun je daarvoor nieuwe waarborgen ontwikkelen zonder onverantwoorde risico’s te nemen? Om risico’s uit te sluiten is de zorgsector één van de meest energie- en materiaalintensieve sectoren geworden. Daarmee is de effectiviteit van zorg direct verbonden aan duurzaamheid.

Concrete doelstellingen zijn cruciaal. In elk stuursysteem moet je een vorm van schaarstebesef creëren (en die schaarste is er feitelijk ook) om effectiever om te gaan met middelen. Juist daarom is professionele sturing nodig op thema’s die niet direct in euro’s zijn uit te drukken. Dan blijkt vaak dat kostenbeheersing en maatschappelijke belangen prima samengaan.

Wie doet er mee?

De uitdaging is helder: hoe vertaal je duurzaamheidsambities naar concrete, meetbare en effectieve sturing? Daarover gaan we graag in gesprek.