Choose language

KIK-V is geen tijdelijk project. VWS maakt het definitief.

Op 20 mei stuurde het ministerie van VWS een brief aan zorgaanbieders in de verpleegzorg. De boodschap was helder: investeren in KIK-V is en blijft een verantwoorde keuze. KIK-V sluit aan op de European Health Data Space, op het Gezondheidsinformatiestelsel en op het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg. Wie nu investeert in KIK-V, bouwt tegelijkertijd aan zijn fundament voor Europese gegevensuitwisseling. Voor veel zorginstellingen is dit de bevestiging die ze nodig hadden. Maar de vraag is: waarom was die bevestiging überhaupt nodig?

De twijfel was begrijpelijk, maar heeft een prijs

De afgelopen jaren klonk bij zorginstellingen regelmatig dezelfde vraag: moeten we nu al beginnen met KIK-V of wachten we tot er meer duidelijkheid is over het GIS of de EHDS? Die vraag is begrijpelijk. Er zijn veel initiatieven tegelijk, de terminologie is complex en de verleiding is groot om af te wachten tot het landschap zich verder uitkristalliseert.

"Wachten op meer duidelijkheid heeft een prijs. Iedere maand zonder actie is een maand dat de datahuishouding niet verbetert."

Dat is precies het punt dat VWS nu maakt. De uitgangspunten van KIK-V, het GIS en de EHDS liggen in elkaars verlengde. Ze zijn ontworpen vanuit hetzelfde principe: data blijft bij de bronhouder en wordt eenmalig vastgelegd voor meervoudig gebruik. Wie nu een datastation inricht voor KIK-V, leert al werkend hoe federatieve uitwisseling in de praktijk werkt. Het gaat niet alleen om de techniek. Werken vanuit databeschikbaarheid is ook een andere mindset en heeft invloed op hoe je verantwoordelijkheden in de organisatie belegd. Die praktijkervaring en infrastructuur zijn straks direct inzetbaar voor bredere uitwisseling, zowel lokaal in de eigen regio als Europees.

KIK-V is geen rapportageverplichting. Het is een kans.

KIK-V wordt nog te vaak gezien als een externe uitvraag die moet worden ingevuld. Dat is een misverstand dat de implementatie vertraagt. De kern van KIK-V is dat data eenmalig wordt vastgelegd in de bronsystemen van een zorgorganisatie en meervoudig wordt hergebruikt. Niet alleen voor externe verantwoording, maar ook voor interne sturing, kwaliteitsverbetering en teamdashboards.

"KIK-V is geen rapportageverplichting van buitenaf. Het is een uitnodiging om de eigen datahuishouding structureel op orde te brengen."

In de praktijk verschuift de aandacht al snel naar datakwaliteit zodra zorginstellingen starten met de implementatie. Bronsystemen zijn regelmatig nog ongeschikt voor het (automatisch) beantwoorden van vragen door ketenpartners: handmatige invulvelden, dubbele registraties, losse excelsheets en afwijkende definities per afdeling of locatie. Pas bij de validatiefase wordt gebrek aan datakwaliteit echt zichtbaar. Wanneer de data op orde is pluk je daar meteen de vruchten van; het datastation zet antwoorden op vragen automatisch voor je klaar. Je hoeft deze alleen te verifiëren en vrij te geven. Dat is ook wat het VWS-bericht onderstreept: KIK-V helpt bij het verbeteren van de datahuishouding, het verhogen van de datakwaliteit en het slimmer hergebruiken van gegevens. Dat zijn geen bijproducten. Dat is de kern.

De koppeling met EHDS: concreter dan het lijkt

De European Health Data Space klinkt abstract, maar de operationele vraag is heel concreet: hoe zorg je dat gezondheidsdata op een veilige, gestandaardiseerde manier beschikbaar is voor hergebruik, zowel voor primaire zorg als voor onderzoek en beleid? KIK-V werkt vanuit hetzelfde federatieve model. Informatievragende partijen raadplegen data op het moment dat ze die nodig hebben, in plaats van dat er kopieën rondgaan in de keten. Het datastation zet de antwoorden al klaar, dat scheelt veel handwerk en dubbele rapportages. Privacygevoelige gegevens blijven bij de bronhouder. Alleen het antwoord, vaak een geaggregeerd getal, wordt gedeeld.

"Wie nu een datastation inricht voor KIK-V, bouwt niet alleen aan KIK-V maar legt het fundament voor deelname aan het gezondheidsinformatiestelsel van morgen."

Dat is geen toeval. Dat is de architectuurkeuze die aan de basis ligt van zowel KIK-V als de EHDS. Organisaties die nu beginnen, hoeven die stap later niet opnieuw te zetten.

Ruim 90 organisaties zijn al begonnen. De rest heeft weinig tijd meer.

Het Zorginstituut meldt dat ruim 90 zorgorganisaties bezig zijn met de implementatie van de KIK-V-werkwijze. In een sector met honderden VVT-organisaties is duidelijk dat de meerderheid nog niet is begonnen. Het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg heeft vastgelegd dat binnen enkele jaren alle uitvragen in de verpleegzorg via de KIK-V-werkwijze verlopen. Die deadline staat.

"De vraag is niet meer óf een zorginstelling gaat beginnen met KIK-V. De vraag is of ze op tijd beginnen."

De zorginstellingen die nu starten, bouwen geleidelijk ervaring op: ze leren wat werkt, passen lessen toe op volgende trajecten en betrekken medewerkers op de vloer bij de nieuwe werkwijze. Die adoptie kost tijd. Organisaties die wachten, hebben die tijd straks niet meer. Klein beginnen is daarbij de slimste aanpak. Niet met een groot transformatieprogramma, maar met één concreet traject. Kijk hoe de data eruitziet. Breng datakwaliteit in beeld voordat je gaat uitwisselen. Bouw van daaruit verder, stap voor stap.

De organisaties die dat nu doen, lopen straks niet achter. Ze lopen voor.