Wanneer thuiszorgtechnologie wél werkt (en wanneer niet)
Bij 6 op de 10 cliënten levert thuiszorgtechnologie gemiddeld drie uur minder zorg per maand op. Bij de andere 4 niet. Dat verschil verklaart waarom teams op de werkvloer soms wel effect zien en data-analisten in eerste instantie niets vonden. In het webinar van 29 juni 2026 lieten MeanderGroep Zuid-Limburg, Vierstroom Zorg Thuis, EscuLine en de Universiteit Maastricht zien wat er gebeurt als je technologie-inzet aan harde data koppelt. Geen succesverhaal vooraf, wel onderzoek dat een tijd lang ongemakkelijk was om te delen. Benieuwd? Bekijk het webinar terug of lees verder onder de video.
De vraag was scherp: levert het uren op?
Daan Ooms (EscuLine) zette de scope strak neer: hoe beïnvloedt thuiszorgtechnologie de geleverde uren wijkverpleging? Niet kwaliteit van leven, niet mantelzorgbelasting, niet veiligheidsgevoel. Allemaal belangrijke uitkomsten, maar geen onderwerp van deze meting. De aanpak: elke cliënt met technologie kreeg tien controlecliënten zonder technologie. Gematcht op leeftijd, geslacht, zorguren vóór start, én verpleegkundige diagnoses (NANDA/ICNOK). Dat laatste was geen detail. Pas met diagnoses werd duidelijk waar de zorgvraag écht zat en bij wie je dus eerlijk kon vergelijken.
Het onderzoek leverde eerst niets op
In 2023, met voldoende data om conclusies te trekken, was de uitkomst lastig te verteren: gemiddeld leverde technologie geen reductie op vergeleken met de controlegroep. Wel een tijdelijke piek in de implementatiemaand (uitleg, levering, installatie), daarna keerde het zorgpatroon terug naar normaal. Dat botste met wat Judith Peeters (MeanderGroep) en Margriet van Rooijen (Vierstroom) zagen op de werkvloer. Daar werd wél afgebouwd. Iemand klopte dus niet. Of er ontbrak iets in de analyse.
De ontdekking: het zijn twee groepen, geen één
Bij doorprikken in de data ontstond een ander beeld. Er waren geen 'middelmatige resultaten' bij iedereen. Er waren twee groepen: cliënten waar technologie wél uren bespaarde en cliënten waar dat niet gebeurde. Die tweede groep had vaak een zorgvraag die op een ander domein toenam dan waarop de technologie was gericht. Een palliatieve fase. Een nieuwe wond. Dementie die snel verergerde. De tablet of medicatiedispenser deed gewoon zijn werk, maar de cliënt had om andere redenen zwaardere zorg nodig.
Over de hele populatie:
- Bij ~62% van de cliënten leverde technologie urenreductie op
- Gemiddeld ~3 uur minder zorg per cliënt per maand bij die groep
- Een jaar eerder was dit 56%, nu 62%. Organisaties leren wie wat krijgt
Combinaties verslaan losse devices
Een tweede les: een individueel hulpmiddel doet werk, maar bepaalde combinaties doen méér werk dan de som van losse inzet. Sensoriek plus medicatie-ondersteuning. Personenalarmering plus monitoring. Binnen het ecosysteem van VirtueleThuiszorg bleek 'welke mix' soms relevanter dan 'welk product'.
Van device-first naar cliënt-first
De grootste mentale verschuiving in het onderzoek: stop met starten vanuit beschikbare technologie. Begin bij het cliëntprofiel.
Een beslisboom op basis van leeftijd, cognitieve status, zelfredzaamheid en diagnose kan voorspellen welke hulpmiddelen kansrijk zijn. Dat vervangt het klinisch oordeel van de wijkverpleegkundige niet, het filtert ervoor. Beginnen bij de juiste 60% in plaats van bij willekeurig wie. Vanuit de Universiteit Maastricht bracht Sil Aarts het wetenschappelijke perspectief in: zonder eenduidiger registratie, betere dossierstructuur en gedeelde taal tussen praktijk en onderzoek blijven analyses ruis bevatten. En blijven de twee groepen onzichtbaar.
Wat dit betekent voor jouw organisatie
Drie dingen om mee te nemen.
Implementatie eet rendement. Reken op een tijdelijke piek in uren in de eerste maand. Wie dat niet inplant, kondigt de afbouw te vroeg aan en verliest vertrouwen bij teams.
Stop met evalueren op 'werkt het bij iedereen'. Dat doet het nooit. De vraag is: wie zijn de 60% waar het werkt, en kun je voorspellen wie daarbij hoort.
Mantelzorgers maken of breken de adoptie. Cliëntweerstand is vaak prima te managen. Een mantelzorger die het niet vertrouwt, schakelt het apparaat uit.
Wie thuiszorgtechnologie beter wil inzetten, investeert minder in nieuwe pilots en meer in registratie, beslisondersteuning en gefaseerde implementatie. Daar zit het verschil tussen 56% en 62%. En daar zit ook de volgende sprong naar 70%.
-
Het webinar 'De juiste thuiszorgtechnologie bij de juiste cliënt' vond plaats op 29 juni 2026. Sprekers: Daan Ooms (EscuLine), Judith Peeters (MeanderGroep Zuid-Limburg), Margriet van Rooijen (Vierstroom Zorg Thuis) en Sil Aarts (Universiteit Maastricht). Gespreksleiding: Kelly Dake (SureSync). Bekijk al onze webinars, podcasts en meer op ons YouTube-kanaal.