Choose language

CBAM en CO₂-kosten: wat betekent de nieuwe EU-importheffing voor je materialen?

Vanaf 2026 verandert er iets fundamenteels voor bedrijven die energie-intensieve producten van buiten Europa importeren. Met de invoering van het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) wil de Europese Unie voorkomen dat productie (en daarmee CO₂-uitstoot) verschuift naar landen met minder strenge klimaatregels. Voor bedrijven in sectoren zoals bouw, industrie en handel betekent dit dat de CO₂-uitstoot van geïmporteerde producten een directe component wordt in de kostprijs. Materialen zoals staal, cement en meststoffen kunnen hierdoor aanzienlijk duurder worden wanneer ze buiten Europa worden geproduceerd. De vraag voor veel organisaties wordt daarom steeds relevanter: wat is de werkelijke kostprijs van een product wanneer CO₂ wordt meegerekend?

Wat is CBAM en waarom voert de EU deze CO₂-importheffing in?

CBAM is nauw verbonden met het Europese emissiehandelssysteem, het EU Emissions Trading System (EU ETS). Binnen Europa moeten industriële bedrijven al betalen voor hun CO₂-uitstoot via emissierechten. Zonder aanvullende maatregelen zouden Europese producenten daardoor duurder produceren dan concurrenten buiten de EU. CBAM corrigeert dat verschil. Importeurs moeten voortaan aantonen hoeveel CO₂ vrijkomt bij de productie van bepaalde goederen buiten Europa. Op basis daarvan moeten zij CBAM-certificaten aanschaffen, waarvan de prijs gekoppeld is aan de ETS-markt. Het principe is eenvoudig: producten die met hoge CO₂-uitstoot worden geproduceerd, krijgen ook bij import in Europa een CO₂-prijs.

Banner Leo (1)

Waarom is dit zo belangrijk?

Je kunt stellen dat welvarende landen als eerste aan zet zijn om de gestelde CO₂-reductiedoelen te behalen. Immers per hoofd van de bevolking is de uitstoot verreweg het hoogst en heeft de samenleving en economie van deze landen decennialang het grootste voordeel gehad van het gebruik van fossiele brandstoffen. Daarnaast bestaat er vanuit de wetenschap een ruime consensus over wat nodig is om nog binnen een enigszins verantwoorde stijging van de temperatuur te blijven. Dat we de gevolgen al zien is veelzeggend en laat weinig ruimte voor ontkenning van het effect van overmatige CO₂-uitstoot op klimaatverandering. Eigenlijk zitten we nu al op het punt dat het niet snel genoeg gaat, terwijl de gestelde doelen niet worden gehaald.

Een vaak gehoorde klacht van energie-intensieve bedrijven is dat de concurrentiepositie in gevaar komt door het actieve CO₂-reductiebeleid vanuit de EU. Juist door de invoering van CBAM wordt de discussie over het zogenoemde weglekeffect verminderd. Dit geeft een directe motivatie om ook buiten de EU in te zetten op CO₂-reductie, terwijl het bedrijven binnen de EU concurrerender houdt. Het terugdringen van broeikasgassen, het verminderen van onze energie-afhankelijkheid en het behoud van strategisch relevante productie binnen de EU zijn belangrijke redenen voor de invoering van CBAM. Wellicht vormt dit een louterende gedachte op het moment dat de inkoopgegevens voor CBAM aangeleverd moeten worden.

Hoe CBAM-kosten worden berekend voor geïmporteerde producten

Vanaf 2026 wordt CBAM financieel relevant. Importeurs moeten dan betalen voor de CO₂-uitstoot die is ingebed in hun producten. In de praktijk komt dit neer op een berekening waarbij de totale uitstoot tijdens productie wordt vermenigvuldigd met de ETS-prijs, waarbij eventuele al betaalde CO₂-heffingen worden afgetrokken. De kernberekening ziet er vereenvoudigd zo uit:

CBAM-kosten = (ingebedde emissies – reeds betaalde CO₂-prijs) × ETS-prijs

De ingebedde emissies hebben voornamelijk betrekking op de uitstoot tijdens het productieproces. Het gaat daarbij meestal om:

  • Scope 1-emissies: directe uitstoot tijdens productie
  • Scope 2-emissies: uitstoot door energieverbruik tijdens productie

Importeurs moeten deze gegevens rapporteren met gecertificeerde emissiedata. Wanneer die informatie ontbreekt, worden standaardwaarden toegepast die vaak ongunstiger zijn. In Nederland ligt het toezicht op deze regelgeving bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa).

Van rapportageplicht naar echte CO₂-kosten in 2026

CBAM bevindt zich momenteel in de overgang van rapportage naar financiële verplichtingen. Tijdens de overgangsfase (tot eind 2025) moesten bedrijven uitsluitend rapporteren over de emissies van hun importproducten. Sinds 1 januari 2026 is de definitieve fase gestart. Bedrijven moeten zich registreren als CBAM-aangever en hun data op orde hebben. De daadwerkelijke financiële afrekening volgt echter pas vanaf 2027, wanneer importeurs CBAM-certificaten moeten aanschaffen en inleveren voor de emissies van hun import in 2026. Voor veel organisaties betekent dit dat CO₂-kosten op korte termijn een structureel onderdeel worden van de kostprijs.

Waarom CO₂-kostprijs steeds belangrijker wordt bij inkoop

Door CBAM verandert de economische vergelijking tussen Europese en niet-Europese productie. Een leverancier die op het eerste gezicht goedkoper lijkt, kan in werkelijkheid duurder blijken wanneer CO₂-kosten worden meegerekend. Een staalproduct uit een land met een hoge CO₂-intensiteit kan bijvoorbeeld een aanzienlijk hogere importheffing krijgen dan een vergelijkbaar product dat binnen Europa wordt geproduceerd. Hierdoor verschuift de focus van alleen aankoopprijs naar totale kosten inclusief emissies.

Voor bedrijven wordt het daarom belangrijk om inzicht te krijgen in drie factoren:

  • de CO₂-intensiteit van materialen en producten
  • de potentiële CBAM-kosten per ton of kilogram
  • de impact van deze kosten op de totale supply chain

Dit vraagt om betere koppeling tussen emissiedata en financiële informatie.

CBAM-kosten en emissiedata inzichtelijk maken met SmartTrackers

Hier komt de meerwaarde van SmartTrackers naar voren. In het platform kunnen bedrijven meetgegevens uit verschillende bronnen samenbrengen en koppelen aan kosteninformatie. Door emissies, energiegebruik en materiaalstromen te monitoren ontstaat een compleet beeld van de impact van productie en inkoop. Wanneer bedrijven hier een financiële waarde per kilogram CO₂ aan toevoegen, wordt direct zichtbaar hoe emissies doorwerken in de kostprijs. Voor organisaties die met CBAM te maken krijgen, maakt dit het mogelijk om bijvoorbeeld:

  1. De CO₂-kosten per kilogram geïmporteerd materiaal te berekenen
  2. Deze te koppelen aan het gewicht van geïmporteerde goederen
  3. De potentiële CBAM-heffing zo continu te monitoren

Hiermee kunnen bedrijven vroegtijdig zien welke materialen, leveranciers of productgroepen het grootste risico lopen op stijgende CO₂-kosten.

CBAM als kans voor betere ketenbeslissingen

Hoewel CBAM vaak wordt gezien als nieuwe regelgeving, biedt het ook een kans om supply chains beter te begrijpen. Door emissies en kosten samen te analyseren ontstaat inzicht in zowel de klimaatimpact als de financiële gevolgen van productie- en inkoopkeuzes. Met tools zoals SmartTrackers kunnen bedrijven deze informatie integreren in hun bestaande monitoring en rapportages. Daardoor wordt CBAM niet alleen een administratieve verplichting, maar ook een hulpmiddel om strategischer te sturen op kosten, duurzaamheid en ketentransparantie.

Vragen?

Wil je meer weten over CBAM, CO₂-kostprijsberekening of hoe je emissiedata kunt koppelen aan je inkoop- en supply chain-processen binnen SmartTrackers? Onze collega's denken graag met je mee.

Meer informatie

 

Related blog posts