(publieke) CbCR en GIR: hoe je 3 rapportagestromen uit één bron regelt
Country-by-Country Reporting is geen rapportageverplichting meer. Het zijn er drie. Sinds verslagjaar 2024 deponeert je groep niet alleen de vertrouwelijke CbCR bij de Belastingdienst, maar ook een publieke variant bij de KVK. Daar komt sinds dit jaar de bijheffing-informatieaangifte voor Pillar Two bovenop. Drie stromen die deels uit dezelfde finance-data komen, maar elk hun eigen format, kanaal en deadline hebben. Wie ze los van elkaar regelt, loopt elk seizoen het risico op een mismatch.
De drie stromen op een rij
Stroom 1: CbCR bij de Belastingdienst
Sinds 2016 dien je als multinationale groep met een geconsolideerde omzet van minstens €750 miljoen jaarlijks een CbCR-rapportage in bij de Belastingdienst. Deze verplichting komt voort uit OESO BEPS Actie 13 en de daaropvolgende EU-richtlijn 2016/881. Per land rapporteer je onder andere:
- Omzet (intern en extern)
- Winst vóór belasting
- Betaalde en verschuldigde winstbelasting
- Geplaatst kapitaal en gecumuleerde winst
- Aantal werknemers
- Materiële activa
Indiening vindt plaats in XML via Digipoort, binnen twaalf maanden na afloop van het verslagjaar. Deze stroom is vertrouwelijk en gaat alleen naar de fiscus. Daarna wisselt de Belastingdienst de informatie automatisch uit met buitenlandse belastingautoriteiten.
Stroom 2: Publieke CbCR bij de KVK
Sinds verslagjaar 2024 geldt voor in-scope groepen ook EU-richtlijn 2021/2101: de publieke CbCR. Daarmee deponeer je een verkorte CbCR-rapportage openbaar bij het Handelsregister van de KVK. De rapportage is voor iedereen raadpleegbaar, dus ook voor concurrenten, journalisten, NGO's en investeerders. De publieke CbCR overlapt deels met de vertrouwelijke variant, maar verschilt op enkele punten:
- Beperkter aantal datapunten
- Andere aggregatieregels voor jurisdicties buiten de EU
- Verplichte deponering in het Handelsregister, niet in XML via Digipoort
De deponeringstermijn is twaalf maanden na afloop van het verslagjaar.
Stroom 3: Bijheffing-informatieaangifte (GIR)
Sinds 2024 geldt de Wet minimumbelasting 2024, de Nederlandse implementatie van Pillar Two. Voor in-scope groepen betekent dit een derde rapportagestroom: de GIR (GloBE Information Return), in Nederland ook wel bijheffing-informatieaangifte (BIA) genoemd. De eerste deadline is 30 juni 2026 voor kalenderjaar-groepen die in FY2024 al in scope vielen.
De GIR vraagt om gegevens per jurisdictie zoals omzet, GloBE-inkomen, betaalde belasting, ETR-berekening en eventuele safe harbour-toepassing. Indiening vindt plaats in XML via Digipoort. Een deel van de data overlapt met de CbCR, een ander deel komt direct uit consolidatie en jaarrekening.
Waar het in de praktijk misgaat
De drie stromen vragen om vergelijkbare data, maar laten zich niet zomaar uit één spreadsheet trekken. Wat we in de praktijk veel zien:
1. Mismatches tussen KVK en Belastingdienst: De publieke CbCR ligt openbaar bij de KVK, de vertrouwelijke CbCR bij de Belastingdienst. Als je tussentijds een correctie doorvoert in de ene stroom maar niet in de andere, ontstaat een onverklaarbare delta die journalisten of toezichthouders kunnen opmerken. Eén verschil tussen wat publiek staat en wat de Belastingdienst krijgt is voldoende voor een vragenbrief.
2. Last-minute correcties zonder audit trail: Tax teams werken vaak met losse Excel-bestanden waarin handmatig wordt bijgewerkt. Wie die correctie heeft gemaakt, op welke basis, en of het ook in de andere stromen is doorgevoerd, is lastig te reconstrueren.
3. Een GIR die niet aansluit op de CbCR: De Belastingdienst gebruikt CbCR-data als basis voor risicoselectie binnen Pillar Two. Als je GIR-gegevens per jurisdictie afwijken van wat in je CbCR staat, is dat een direct signaal voor nadere controle. De aansluiting moet expliciet zijn, ook waar de definities licht verschillen.
4. Verschillende handen op dezelfde data: Vaak werken finance, tax en compliance in verschillende systemen met verschillende exports. Wat in de jaarrekening staat, sluit niet altijd 1-op-1 aan op wat naar de CbCR gaat, en dat sluit weer niet altijd aan op wat in de GIR belandt. Zonder gemeenschappelijke databron is versiebeheer een chronische bron van fouten.
Eén bron, drie uitvragen
De duurzame oplossing zit niet in betere spreadsheets of meer last-minute reviews. Het zit in centralisatie van de bronnen waaruit alle drie de stromen putten. Concreet betekent dat:
- Eén gevalideerde dataset per entiteit per jurisdictie, met vaste definities die op alle drie de stromen aansluiten.
- Geautomatiseerde mapping van die dataset naar de drie formats (XML voor Belastingdienst en GIR, het KVK-format voor publieke CbCR).
- XML-validatie vóór indiening, zodat afkeuringen niet pas bij de Belastingdienst zelf naar voren komen.
- Audit trail op elke wijziging, met versiebeheer per entiteit, per jurisdictie en per stroom.
Voor groepen met meerdere entiteiten of complexere structuren wordt het verschil tussen "drie losse spreadsheet-projecten" en "één pipeline met drie uitvragen" elk jaar groter. Niet alleen in uren, maar ook in compliance-risico.
Hoe SureSync hierin werkt
SureSync verbindt bronsystemen, valideert data tegen de relevante schema's en stuurt rapportages aan in het format dat de afnemende partij verwacht. Voor multinationale groepen betekent dat: één platform dat tegelijk je CbCR-stroom naar de Belastingdienst, je publieke CbCR-deponering bij de KVK en je GIR-indiening voor Pillar Two kan deponeren. Wil je weten hoe je de drie stromen in één pipeline kunt regelen? Plan een gesprek met onze experts.
FAQ
Veelgestelde vragen over CbCR en de bijheffing-informatieaangifte. Staat je vraag er niet tussen of wil je een opmerking met ons delen? Neem gerust contact met ons op.
CbCR (Country-by-Country Reporting) is een rapportageverplichting uit BEPS Actie 13 die multinationale groepen sinds 2016 jaarlijks indienen bij de Belastingdienst. De GIR is een aparte aangifte onder Pillar Two die bepaalt of er per jurisdictie bijheffing tot het minimumtarief van 15% verschuldigd is. De twee stromen overlappen in welke data ze gebruiken, maar verschillen in doel, format en gebruik door de fiscus.
EU-richtlijn 2021/2101 verplicht ultimate parent entities binnen de EU en bepaalde EU-dochters van groepen buiten de EU om de publieke CbCR te deponeren wanneer de geconsolideerde groepsomzet boven €750 miljoen ligt. De deponering vindt plaats bij het Handelsregister van de KVK voor in Nederland gevestigde entiteiten.
In theorie volgen ze deels dezelfde datapunten, maar de aggregatieregels voor niet-EU-jurisdicties verschillen. De publieke versie bevat ook minder datapunten dan de fiscale. Waar ze dezelfde definities gebruiken mogen de cijfers niet uit elkaar lopen zonder uitlegbare reden.
De Transitional CbCR Safe Harbour onder Pillar Two gebruikt CbCR-data direct als basis voor het bepalen of een jurisdictie het minimumtarief van 15% haalt. Een afwijking tussen je CbCR en je GIR per jurisdictie maakt het toepassen van de safe harbour aanvechtbaar. De aansluiting moet expliciet gemaakt worden, niet impliciet.
Voor kalenderjaar-groepen geldt: de CbCR bij de Belastingdienst uiterlijk twaalf maanden na afloop van het verslagjaar, de publieke CbCR uiterlijk twaalf maanden na deponering van de jaarrekening bij de KVK, en de eerste GIR uiterlijk 30 juni 2026 over FY2024. De lokale bijheffingsaangifte volgt uiterlijk 31 augustus 2026 indien er bijheffing verschuldigd is.