Regionaal en landelijk hoeven geen concurrenten te zijn
Regio's bouwen. Het Rijk bouwt. En op enig moment moeten die bouwsels in elkaar passen. Uit de architectuurvergelijking tussen de regionale samenwerking RSO Trijn en het landelijke programma KIK-V blijkt dat dat kan, mits partijen dezelfde ontwerpprincipes hanteren.
Wat de vergelijking laat zien
Beide initiatieven werken volgens hetzelfde uitgangspunt: gegevens blijven bij de bron en worden alleen ontsloten als dat nodig is. Zorgorganisaties houden zo de regie over hun eigen data, terwijl informatie beschikbaar komt voor zorg, onderzoek, beleid en verantwoording. Door gemeenschappelijke definities, standaarden en afspraken te gebruiken, hoeven regio's het wiel niet zelf uit te vinden. En dat werkt door naar schaalbaarheid: wat in Utrecht werkt, kan ook in Groningen werken.
De conclusie van de vergelijking is dat KIK-V een bruikbaar fundament vormt voor regionale initiatieven. Voorwaarde is wel dat regio's stapsgewijs opschalen (eerst bewezen waarde in de eigen omgeving) en dat ze verbinding houden met landelijke en Europese ontwikkelingen als EHDS, Wegiz, Health-RI, CumuluZ en Twiin.
Onze duiding: databeschikbaarheid is een taal, geen infrastructuur
Wat opvalt aan deze vergelijking is dat het succes niet in de techniek zit. De techniek volgt. Het zit in de afspraken over wat je registreert, hoe je het registreert en hoe je erover praat. Precies daarom werkt XBRL zo goed in andere sectoren: één taxonomie, meervoudig gebruik, één keer vastleggen.
In de zorg zien we die logica nu doorbreken. Regio's die aansluiten op landelijke standaarden verliezen geen autonomie, ze verdienen tijd. Tijd die ze kunnen besteden aan de dingen die regionaal echt anders zijn: samenwerkingsafspraken tussen aanbieders, aansluiting op regionale coalities, lokale zorgpaden.
De valkuil: elke regio haar eigen definities
Zonder gedeelde begrippen valt het kaartenhuis om. Elke regio ontwikkelt haar eigen definitie van 'ligduur' of 'wachttijd', en over drie jaar heeft niemand meer één landelijk overzicht. Die kant moeten we niet op. Wie nu aansluit op gedeelde definities, is straks klaar voor de EHDS.
Wat dit betekent voor zorgorganisaties
De les uit deze vergelijking is niet dat je moet kiezen tussen regionaal of landelijk. De les is dat je moet kiezen voor gedeelde afspraken over data. Beleid over aansluiting op KIK-V of vergelijkbare landelijke bouwstenen is daarmee geen ICT-beslissing meer, maar een bestuurlijke keuze met directe gevolgen voor toekomstige compliance en schaalbaarheid.
FAQ
Hier vind je veelgestelde vragen over dit onderwerp.
KIK-V (Keteninformatie Kwaliteit Verpleeghuiszorg) is een landelijk programma dat gegevens uit de verpleeghuiszorg op een gestandaardiseerde manier beschikbaar maakt voor verschillende gebruikers, met behoud van regie bij de bron.
RSO Trijn is een regionale samenwerkingsorganisatie die zich richt op gegevensuitwisseling tussen zorgorganisaties in een specifieke regio.
Het betekent dat data fysiek blijft bij de zorgorganisatie die de gegevens heeft geregistreerd. Andere partijen krijgen alleen toegang wanneer daar een rechtmatige grond voor is. Zo wordt kopiëren en dupliceren van patiëntgegevens voorkomen.
Zonder gedeelde definities en standaarden zijn gegevens uit verschillende bronnen niet vergelijkbaar. Standaardisatie maakt hergebruik mogelijk zonder dat elke ontvanger apart moet interpreteren wat een cijfer of code betekent.
De European Health Data Space stelt eisen aan hoe lidstaten gezondheidsdata toegankelijk maken voor primair en secundair gebruik. Regionale initiatieven die aansluiten op landelijke standaarden zijn beter voorbereid op wat de EHDS straks vraagt.
Begin met een inventarisatie van welke landelijke standaarden en definities relevant zijn voor uw registraties. Wie nu al aansluit, hoeft straks geen inhaalslag te maken.